In 1457 doodde Walraven van Brederode in De Bilt een burgermeester en een schepen uit Haarlem. Walraven van Brederode in De Bilt een burgemeester en een schepen uit Haarlem. Walraven was de gewelddadige bastaardzoon van Reinoud van Brederode, die net als zijn broer Gijsbrecht een verklaarde tegenstander was van de bisschop van Utrecht. (Gijsbrecht ambieerde tevergeefs het bisschopsambt. )Hier afgebeeld is een prent van J.W. Kaiser uit 1849, waarop we kunnen zien hoe Walraven uit de kerker van slot Duurstede vlucht.

Meer informatie

In 1457 kwamen uit Haarlem burgemeester Nicolaes van Yperen en schepen Gerrit van Noortwyck samen met de schout en een secretaris naar de Utrechtse bisschop David van Bourgondiƫ, die op dat moment in Amersfoort verbleef. Toen zij door De Built reisden, werden ze overvallen door Walraven van Brederode. De burgemeester en de schepen werden gedood.

Er zijn aanwijzingen dat al eerder in Zandvoort de Haarlemmers Walraven beledigd en mishandeld zouden hebben. Het conflict ging over een schip met wol uit Schotland dat gestrand was: zowel Haarlem als Reinoud van Brederode, heer van Zandvoort, maakten aanspraak op de wol. De doodslag werd tioen jaar later afgesloten met een zoen, waarbij ongetwijfeld een schadevergoeding is betaald.

In 1470 liet bisschop David Walraven oppakken, nu om louter politieke redenen. Hij zette hem gevangen in de kerker van kasteel Duurstede. Walraven vluchtte door met een hard strootje zijn boeken open te maken. Hij liet zich in de slotgracht zakken aan zijn kleren die hij aan elkaar geknoopt had.

De divisiekroniek schrijft over de gebeurtenissen:
Ende want die gheestelicke luyden, priesteren ende clercken doer desen processe dye noch nyet gheven en wouden, so worden geordineert van der stede wegen van Haerlem Claes van Yperen,burgemeester, ende Gherrit van Noortwijc, scepen, ende Willem Paeds, secretarius der voorscreven stede, dat si souden trecken tot Amersfoert by den bisscop, om te impetreren een mandaet van den biscop tegen die geestelicheit, om mitsdien hen te dwingen die excysen ende tollen te geven. Ende sittende op een wagen, comende bi Uutrecht op die Bilt, om te reysen na Amersfoert, siet, so quam daer ghereden Walraven, die bastert des heren van Bredenroede mit sinen reysighers; ende sloegendaer doot, datter die here van Bredenroede niet of en wiste, den burgemeester ende den scepen beide voorscreven.
Dese II voorscreven hadden wilen eer mit den scout van Haerlem, Aelbrecht van Raephorst, wat onmanierlic ende scoffierlic tegen desen Walraven gehat int dorp van Santvoert, om saken willen, daer hem sijn here vader om gesonnen hadde; waerom hi op hem luden gram ende verstoert was, ende hadde die scout daer mede gweest, hi souden mede geslagen hebben; om welker feyten wille die here van Bredenroede sere droevich was, ende en woude den bastaert, sinen sone, in langen tiden niet sien.
Dese tidinge binnen Haerlem comende, was daer grote droefheit ende beclaechden sere desen II personen; ende uut desen so lieten die ander van der stede haer quade opinien ende voernemen of, ende lieten die geestlicheit bliven in hoir oude gewoenten ende in vreden, want God die Here seit: ‘Die u raect, die raect Mi.’ Dit gesciede opten X dach in aprille, int jaer voorscreven; ende X jaer hierna worde dese dootslach gesoent.

Over het getijdenboek van Gijsbrecht van Brederode zie

https://onlinemuseumdebilt.nl/een-heel-bijzonder-getijdenboek/

DAB/AD

Literatuur:
A. Doedens, Politieke moord in laat middeleeuws De Bilt, Hoeken en Kabeljauwen in onze gemeente, in: De Biltse Grift 2005.