Op het vervallen Biltse kerkhof bij de Biltse Dorpskerk ligt een opvallende Nederlander begraven: Matthias van Geuns (1735-1817), hoogleraar medicijnen. Van Geuns was verbonden aan de universiteit van Harderwijk. Daar pakte hij het herstel van de kruidentuin ter hand en dat van de hortus botanicus. (Prent uit het Rijksarchief Amsterdam)

Meer informatie

De doopsgezinde Van Geuns was een actieve maar gematigde ‘culturele patriot.’ Voor Van Geuns stond het welzijn van het vaderland op de eerste plaats. Daarin zag hij een opdracht vanuit zijn geloof, daarvoor zette hij zich in met de middelen die hem als medisch hoogleraar ter beschikking stonden. In zijn pleidooi voor volksgezondheid was Van Geuns een van de vele Nederlanders uit de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw bij wie vooruitstrevendheid en actieve vroomheid elkaar hebben gestimuleerd. Van Geuns wordt na Boerhave de grootste praktische geneesheer uit de achttiende eeuw genoemd.
Trof hij bij zijn aankomst nog slechts 600 plantensoorten aan, in 1780 telde de botanische tuin er reeds 2000, zodat de hortus spoedig een grote faam genoot en ook voor buitenlandse bezoekers een bezienswaardigheid was, aldus het Biografisch Woordenboek van Gelderland. In 1791 werd hij hoogleraar te Utrecht.

AD

Een deel van de grafsteen van Van Geuns (foto AD)

 

 

Bron: http://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/