Gerardus Johannes (Gerrit Jan) Mulder werd in 1802 in Utrecht geboren en overleed in 1880 in Bennekom. Hij was een Nederlandse scheikundige en werd hoogleraar in Utrecht. Hij dankt zijn bekendheid aan zijn onderzoek naar de opbouw van eiwitten en was de eerste die het begrip proteïne introduceerde. Volgens goed gebruik in die tijd liet hij zich begraven op het lommerrijke kerkhof van De Bilt, te midden van diverse andere Utrechtse hoogleraren. Hierboven een portret van G.J. Mulder in 1867. (Collectie Het Utrechts Archief.)

Meer informatie

Twee eeuwen geleden kon een enkele persoon nog het toen bekende totale gebied der natuurwetenschappen overzien. Dat blijkt wel uit de vakken waarin Mulder werkzaam was. Gerrit Jan Mulder studeerde in Utrecht natuurwetenschappen en medicijnen en promoveerde in 1825 zowel in de geneeskunde als in de farmacie. Hierna vestigde hij zich als praktiserend geneesheer in Amsterdam. Al het jaar daarop kreeg hij een aanbod van het Bataafs Genootschap om lector in de natuurkunde te worden in Rotterdam. Nog een jaar later, in 1827, werd hij benoemd tot lector in de Klinische School in die stad. Zijn leeropdracht luidde: “de Chemie, Pharmacie, Pharmacologie, Botanie, Materia Medica, Zoölogie, Geologie, Mineralogie en Physica”. Tenslotte volgde in 1840 zijn benoeming tot hoogleraar scheikunde te Utrecht, welk ambt hij uitoefende tot 1868, toen hij vanwege gezondheidsklachten zijn taak moest neerleggen. Hij woonde de rest van zijn leven in Bennekom.

Op advies van Mulder werd in 1845 in Utrecht het eerste moderne scheikundige laboratorium van Nederland opgericht. Mulders aandacht ging vooral uit naar de praktische toepassingen van de chemie voor de landbouw, volksgezondheid en industrie. Ook zette hij zich in voor de verbetering van het onderwijs en was hij een van de oprichters van de Middelbare Technische School. Bovendien had hij het toezicht op de opleiding van de militaire farmaceuten voor Oost- en West Indië en was hij adviseur van het Ministerie van Koloniën.

In Utrecht was hij een aantal jaren lid van de gemeenteraad, waar hij pleitte voor de verbetering van de hygiënische omstandigheden in de arbeidersbuurten. Hij gaf de stoot tot de oprichting van de Utrechtse Gezondheidscommissie. Landelijk was hij voorzitter van de protestantse kiesvereniging ‘Koning en Vaderland’, die tot doel had Nederland tegen liberalen en Rooms Katholieken te beschermen. In 1856 werd Mulder gevraagd minister van Onderwijs te worden, maar hij weigerde omdat hij meende over te weinig juridische kennis te beschikken. Voor zijn vele verdiensten werd Mulder benoemd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Grootofficier in de Orde van de Eikenkroon, een orde van het Groothertogdom Luxemburg.

Mulder stierf in 1880 op 77-jarige leeftijd in Bennekom, en werd overeenkomstig zijn wens begraven op het kerkhof van De Bilt, waar verscheidene andere Utrechtse hoogleraren eveneens hun laatste rustplaats vonden. Op zijn kleine, verweerde grafsteen, die is gelegen aan de oostkant van de kerk, dicht tegen de Kerksteeg, staat de tekst: Dr. G.J. MULDER  HOOGLEERAAR TE UTRECHT GEB. 1802 – OVERL. 1880.

WK

 

Literatuur:

Krommenhoek, W: Graven en grafstenen van achttiende- en negentiende-eeuwse Utrechtse hoogleraren op het kerkhof van de Biltse dorpskerk, in: De Biltse Grift, januari 2010.

Internet: Gerrit Jan Mulder Stichting aan het Erasmus MC.

Wikipedia: Gerardus Johannus Mulder.