In de Maasbode van 2 februari 1889 stond het volgende bericht:

Te De Bilt werd hedennacht door opschuiving van een raam inbraak gepleegd bij den heer N. De dieven hebben zich meester gemaakt van f. 1380 (aan bankpapier f. 1300 en f. 80 aan specie). Een paar doosjes gevuld met klein geld, hebben zij niet opgemerkt, en zijn dus blijven staan. Men is den dief of den dieven nog niet op het spoor; de politie is ijverig in de weer.

Eind februari kwam de heer W. N. aan de politie vertellen dat hij driehonderd gulden van het gestolen geld teruggevonden had. De agenten vonden dat heel merkwaardig en zagen daarin een aanleiding om N. opnieuw te verhoren.

Na een strenge ondervraging bekende N. dat hij zelf de inbreker was geweest. Hij was ‘bode voor een fonds’; waarschijnlijk haalde hij regelmatig aan de deur geld op voor een verzekering. Het geld dat hij tijdelijk onder zijn hoede had, had hij in eigen zak gestopt en de nagebootste inbraak diende om die diefstal te maskeren. Vermoedelijk was spijt of berouw de oorzaak dat hij een deel van het geld terugbracht.

Op zaterdagmorgen 23 februari werd zijn lichaam opgevist. Afbeelding: Een diefstal nagespeeld, foto omstreeks 1850 tot 1880, Rijksmuseum.

DAB

 

Literatuur:

De Gooi- en Eemlander en de Maasbode, beide 2 februari 1889.

Het Vaderland 26  februari 1889.

De Rotterdamsche Courant 1 maart 1889.