In 1894 en 1895 haalden de verhalen over vervalsingen van obligaties in De Bilt de landelijke kranten. De gemeentesecretaris en de gemeenteontvanger hadden daarmee  gigantische bedragen ontvreemd. Achteraf kwam de totale schade in de buurt van 25.000 gulden, een reusachtig bedrag. De jaarlijkse begroting van de gemeente De Bilt bedroeg in die tijd 20.000 gulden. Toch waren zij niet de enigen die schuld droegen. Hierboven: het Huis van Bewaring in Utrecht in 1895. (A. E. Grolman, Het Utrechts Archief)

Meer informatie

Dirk Takken was een eenvoudige man. Oorspronkelijk was hij smid, maar hij had een rijtuigmakerij opgericht. Daar lag niet zijn talent en het bedrijf zou rond de tijd van het proces failliet gaan. Daarnaast had hij het ambt van gemeenteontvanger, waarbij hij samenwerkte met de gemeentesecretaris Rootjes. Die had een betere opleiding en hij was wat slimmer, maar hij leefde op te grote voet. Daarom regelde hij bij Takken voortdurend voorschotten op zijn salaris, die hij later wel zou terugbetalen, zei hij.

Toen de gemeentekas rond 1889 grote tekorten begon te vertonen, dekten de mannen dat af door leningen aan te gaan, waarvoor zij als onderpand obligaties van de gemeente deponeerden. Alleen waren deze obligaties vervalst: Rootjes had ze ten onrechte laten drukken, ondertekend en van de gestempelde handtekening van de burgemeester voorzien.

Het duurde tot 1894 voor de twee samenzweerders tegen de lamp liepen: een boekhouder zag dat de obligaties vervalst waren. De mannen werden gearresteerd en ingesloten in het Huis van Bewaring. In september werden Rootjes en Takken verhoord; het proces volgde in januari 1895.

Grote verantwoordelijkheid lag ook bij burgemeester Jhr. Mr. Daniël de Block van Haersma de With en wethouder G.H.L. baron van Boetzelaer van Dubbeldam. Zij konden weten dat de twee mannen in geldnood zaten, maar zij hielden geen toezicht op hun ondergeschikten en controleerden de kas pas toen het te laat was. Daarna wilden zij de twee ambtenaren liever niet ontslaan. In hun aristocratische zelfverzekerdheid waren ze zo achteloos geweest dat ze hadden verzuimd om twee wethouders, Van Boetzelaer en Steengracht van Oostcapelle, te laten herkiezen toen hun ambtsperiode voorbij was. Ten gevolge daarvan zat De Bilt zonder rechtsgeldig gemeentebestuur en volgens de advocaat zou dat reden zijn voor vrijspraak. Naar burgemeester De With is een straat genoemd.

De smid Takken erkende dat hij de obligaties vervalst had. Rootjes putte zich uit in doorzichtige en onwaarschijnlijke uitvluchten: hij had het niet gemerkt, hij moest dronken zijn geweest toen hij de obligaties ondertekende. Toch gaf de rechtbank hen de minder zware straf van twee jaar, terwijl Takken vier jaar kreeg. In hoger beroep kregen beide mannen drie jaar gevangenisstraf.

Hieronder: Het vonnis in een krantenbericht in De Maasbode van 28 januari 1895.

DAB

 

Literatuur:

De Leeuwarder Courant 4 september 1894.

Het Nieuws van den Dag 9, 10 en 12 januari 1895.

De Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant 28 januari 1995.

Het Nieuwsblad van het Noorden 12 april 1895.

A.Doedens en J. Cladder, Een dorp betrapt: fraude in De Bilt, een samenleving weerspiegeld 1875 – 1895, in: De Biltse Grift juni 2005.

A.Doedens en J. Cladder, Een dorp betrapt: fraude in De Bilt 2, Biltse notabelen en hun gedrag, in: De Biltse Grift december 2005.

A.Doedens en J. Cladder, Een dorp betrapt: fraude in De Bilt 3, Over de daders, de ‘mindere’, de ‘gewone’ en de ‘burgerman’, in: De Biltse Grift maart 2006.