Jan Kops (1765 – 1849) was een Nederlandse predikant, botanicus, landbouwkundige en vanaf 1815 de eerste hoogleraar landbouwhuishoudkunde en kruidkunde in Utrecht. Ook verzorgde hij in 1800 het eerste deel van de 28-delige Flora Batava, een geïllustreerd overzicht van alle in de negentiende eeuw in Nederland  bekende plantensoorten. In het academiejaar 1828/29 was hij Rector Magnificus aan de Utrechtse Universiteit. Hij is begraven bij de Dorpskerk in De Bilt. Afbeelding: zijn portret van de hand van een onbekende schilder.

 

Meer informatie

Jan Kops werd in 1765 in Amsterdam geboren als vijfde zoon van een koopman.  Hij bleek geen ambitie te hebben voor de handel en wilde graag natuurwetenschappen studeren, maar door het gebrek aan uitzicht op een maatschappelijke loopbaan koos hij voor theologie. In 1788 werd hij predikant in Leiden. Toch bleef zijn hart bij de botanie.

In 1800 volgde zijn aanstelling tot ‘commissaris tot de zaken van de landbouw’, en in 1811 werd op zijn initiatief een ‘Kabinet van Landbouw’ gevestigd, eerst in Amsterdam en later in Utrecht. In 1815 benoemde Koning Willem I Kops tot de eerste hoogleraar landhuishoudkunde (later bekend onder de naam landbouwkunde of agronomie) aan de Utrechtse Universiteit omdat de bevolking was toegenomen waardoor de vraag naar landbouwgewassen sterk was gegroeid. In zijn inaugurale rede bepleitte Kops het belang van  academisch onderwijs in de Nederlandse landhuishoudkunde.

Ondertussen was ook het eerste deel van het door Kops begonnen standaardwerk FLORA BATAVA verschenen, een geïllustreerd overzicht van alle inheemse planten, dat 28 delen zou gaan tellen en pas na 134 gereed zou zijn. Kort daarna, in 1813, publiceerde hij de eerste aflevering van het eerste Nederlandse landbouwtijdschrift ‘Magazijn van Vaderlandse Landbouw. Spoedig daarna werden in alle provincies Commissies van Landbouw opgericht die moesten dienen als adviesorgaan voor het landbouwbeleid. In het academiejaar 1828/29 was hij Rector Magnificus. Hij ging in 1835 met emeritaat. Hij was inmiddels onderscheiden als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, was lid van het Koninklijk Nederlands Instituut van Wetenschappen, fraaie Letteren en Kunsten, van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en directeur van het Provinciaal Utrechts Genootschap.

Kops was tweemaal getrouwd. Uit het eerste huwelijk met Catharina Daams werden zes zonen en vijf dochters geboren, uit zijn tweede huwelijk met Helena Biljouw nog eens vijf zonen en een dochter. Zijn didactische vaardigheden waren minder productief dan zijn twee huwelijken. Zijn leerling, de latere chemicus G.J. Mulder, die eveneens op het kerkhof bij de Biltse dorpskerk begraven ligt,  schrijft hierover: “Bij vader Kops leerde niemand iets van botanie. Het was zoo eenmaal gewoonte geworden, om zelfs niet één botanisch boek te bestuderen, de meeste studenten hadden er zelfs niet een…. Ik beschuldig hier rondweg de uitnemende goedheid van den braven Kops: hij had ons onnadenkende jongens, moeten dwingen door strenge examens, maar ook dat deed hij niet. Stamina en pistilla tellen, meer kwam op het examen niet voor, en namen van planten werden nooit gevraagd. Geen familie, geen genus, niets, een fysiologie, niets, niets, niets. Brave Kops, gij waart veel te goed om professor te wezen”.

Kops stierf in 1849 op 83-jarige leeftijd in Utrecht. Wie het zich in die tijd kon veroorloven liet zich begraven op het kerkhof van De Bilt dat in die tijd ruim voorzien was van bomen en groen. Dit was een reactie op de toenemende bezwaren tegen begraven in  de kerken en binnen de  bebouwde kom, onder andere op hygiënische gronden. En zo herinnert nog steeds een grote, platte steen aan de zuidkant van de kerk aan deze opmerkelijke godgeleerde botanicus. Daarop staat de tekst: Rustplaats van Jan Kops, in leven Hoogleraar aan de Hoogeschool in Utrecht. Geb. 6 Maart 1765, overl. 9 Januari 1849.

WK

 

Literatuur:

F. Anders, Jan Kops (1765-1849): Predikant en Landbouwkundige, In: Geschiedenis.nl

A. Heijnen, Bloeiende wetenschap, 375 jaar Botanische Tuinen te Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 2015.

Wikipedia: Flora Batava.