Het weer is altijd al een onderwerp van gesprek in het dagelijks leven, zowel voor burgers als voor zakenmensen. De informatiebron hiervoor is al heel lang het KNMI. Dit instituut is met zijn activiteiten op het gebied van weersvoorspellingen en meteorologisch onderzoek gestart in Utrecht. In 1897 is het gevestigd op een markante en zichtbare plaats in de Bilt. Het is ook één van de grootste en meest bekende werkgevers in de gemeente. Foto: De karakteristieke toren in 1912(Collectie Veldhoven)

 

Meer informatie

Op 31 januari 1854 werd het huidige Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut bij Koninklijk Besluit van Koning Willem III opgericht onder de naam Koninklijk Meteorologisch Observatorium. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Thorbecke was overtuigd van het nut van een dergelijk instituut in Nederland.

Het werd gevestigd in Sonnenborg, het gebouw van de sterrenwacht in Utrecht.

Prof C.H.D. Buys Ballot (van de bekende wet van Buys Ballot)  was de eerste hoofddirecteur.

Vóór die tijd werden er overigens al ‘regenwaarnemingen’ gedaan vanaf de Utrechtse Domtoren. In 1864 werd de stormwaarschuwingsdienst opgericht en vanaf 1890 werden dagelijks weerkaarten verspreid.

In 1897 verhuisde het KNMI naar het landgoed Koelenberg in De Bilt.

De weerkaarten werden gebruikt voor de scheepvaart en voor de luchtvaart. In 1938 opende het KNMI een filiaal op vliegveld Schiphol en later op de vliegvelden Eelde, Beek en Zestienhoven.

Wikipedia schrijft dat “na de Tweede Wereldoorlog nieuwe weerstations, weerschepen, weerboeien, weerballonnen, radar, kunstmanen en computers de meteorologie nieuwe impulsen gaven. Ook internationale samenwerkingsverbanden versterkten deze impulsen. Reeds in 1924 zond het KNMI met een eigen zender weerberichten in de ether en vanaf 1936 werd het weerbericht integraal onderdeel van de nieuwsdienst, gevolgd door de berichtgeving via de televisie. In de oorlogstijd werd de weerdienst echter door de bezetter verboden, omdat ook de vijand hier profijt van zou kunnen hebben. Het wetenschappelijk onderzoek mocht toen wel doorgang vinden”.

Het personeelsbestand groeide van 1945 tot 1951 van 89 tot ruim 300 werknemers, inclusief 70 wetenschappelijke medewerkers. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw ging de commercie ook een rol spelen. Het KNMI is als agentschap van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een volledig publiek instituut dat de gewenste gegevens aan onder andere de private sector levert.

De taak van het KNMI is in de wet vastgelegd. Naast het belangrijke aandachtsgebied ‘veiligheid’ (waarschuwingen) wordt in verband met de klimaatveranderingen ook onderzoek uitgevoerd naar de impact van deze veranderingen.

Gedurende de ruim anderhalve eeuw is het KNMI-complex steeds verder uitgebreid en gemoderniseerd.  Ook de toren met waarnemingsapparatuur is regelmatig vernieuwd en voorzien van de nieuwste technologie. Verschillende gebouwen zijn door hun uitvoering en materiaalgebruik van historische waarde.

Er werken circa 500 medewerkers bij het KNMI, de meesten in De Bilt. De centrale ligging wordt als essentieel gezien voor het nationale data- en kenniscentrum voor weer, klimaat en seismologie.

In een separate post van het OMDB is specifiek aandacht besteed aan de KNMI-gebouwen. Ook vermelden verschillende OMDB-posts de veelheid van beelden in de tuinen van het KNMI.

JJR

 

Literatuur:

P. van Beek, Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut 1854-1951, in: Oud-Utrecht, mei/juni 1997, pg 52-56

www.knmi.nl

Wikipedia, Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

Diverse documenten van de Historische Kring D’Oude School