In 1933 werden bij een huis in Hollandsche Rading een paar schilderijen opgegraven die afkomstig waren van een inbraak in kasteel Nijenrode. Afgebeeld zijn enkele betrokkenen bij de opgraving, onder wie twee rechercheurs en de particuliere detective Johanknegt, die bekend stond als Dikkie Bigmans en zijn achtentwintigjarige secretaresse (Collectie Utrechts Archief).

 

Meer informatie

Jacques Goudstikker was voor de oorlog de belangrijkste kunsthandelaar in Nederland. Hij had een deel van kasteel Nijenrode gehuurd om daar zijn collectie onder te brengen. Op 19 februari 1932 braken vier mannen in op het kasteel. Zij namen behalve schilderijen ook miniaturen en gouden en zilveren voorwerpen mee op de fiets. Na enige tijd benaderden zij de particuliere detective J.C. Johanknegt, die tegenover de verzekeringsmaatschappij deed alsof hij de gestolen objecten op het spoor was. Johanknegt en zijn assistente werden gearresteerd.

Een jaar na de inbraak deed de politie een inval in zijn huis, waar men enkele gestolen miniaturen aantrof. Hij bekende dat hij met de bewoner van Nijenrode en een paar ‘zware jongens’ had samengezworen om de verzekering op te lichten. Bij een huis in Hollandsche Rading trof men enkele van de gestolen schilderijen aan. Op de foto zien we van rechts naar links de secretaresse A. Nöggerath, een onbekende,  rechercheur M.G. Blijenbergh, een andere Utrechtse rechercheur en J.C. Johanknegt bijgenaamd Dikkie Bigmans. (De strip Jopie Slim en Dikkie Bigmans verscheen vanaf 1921 in De Telegraaf.)

De collectie Goudstikker is ook om een andere reden in het nieuws geweest. Toen de joodse familie bij het aanbreken van de oorlog naar het buitenland gevlucht was, werd de verzameling ver onder de waarde aangekocht door Herman Göring. Na de oorlog nam de Nederlandse overheid de kunstwerken die teruggebracht waren, in beslag. Het kostte de erfgenamen Goudstikker zestig jaar onderhandelen en procederen om een groot deel van de schilderijen die in Nederlandse handen waren, terug te krijgen.

DAB

 

Bronnen:

Utrechts Nieuwsblad 3 maart 1932 en 11 en 12 mei 1933.