De dichter Jan Engelman (1900 – 1972) werd bekend door zijn op klank gebaseerde gedichten zoals Vera Janacopoulos.
Hij woonde in Utrecht maar hij trok tijdelijk veel op met Johanna Charlotte barones van Boetzelaer die in De Bilt op het buiten Sandwijck woonde. Aan haar droeg hij zijn laatste bundel Het Bittermeer op. De barones is onder meer bekend van de portretten die van haar gemaakt werden door Pyke Koch, die ook met ook Engelman bevriend was. Een ander lid van de vriendenkring was de schilder Otto van Rees. Hier is Jan Engelman gefotografeerd bij de onthulling van het gedenkteken voor Van Rees op de begraafplaats aan de Gregoriuslaan te Bilthoven. (Collectie Het Utrechts Archief)
Over wandelen met de barones op Sandwijck schreef Engelman:

Sandwijck
Herinner je rozen, Johanna Charlotte
herinner je rozen van ’t groote gazon.
’t Was laat in den tijd, maar de zomer werd loomer.
’t Was kort voor den dood van den ouden baron.
Herinner je rozen, Johanna Charlotte,
herinner je rozen van ’t groote gazon,
de purp’ren, de gele, de amb’ren rozen
en die eene die was als een went’lende zon.
’t Was alles nu rijp, de oogst was volkomen.
Het blonk van de vrucht in het gelende Sticht.
’t Was alles van hem, wat moest er van komen?
Hij wenschte niets meer, hij kende zijn plicht.
Wij waren gegaan van Bunnik naar ’t Biltsche
zijn velden, zijn akkers, het lelietjesbosch.
De kleine kapel lag weer doelloos te blinken,
traag maakte zich de ooievaar van zijn takkenbos los.
‘Kom ik eens te vallen, zij zullen ’t niet houden:
de kind’ren gaan heen, zijn ’t anders gewend.
Grootgrondbezit was in ’t verleden rivieren en wouden,
een park ter verfraaiing, dat loopt op zijn end.’
De stad rukt nu op, de jeugd wil studeeren,
het park wordt verkaveld, intellect heeft een wil.
Wij moeten de jeugd en de wetenschap eeren.
Het zij dan maar zoo, de waarheid zwijgt stil.
Herinner je rozen, Johanna Charlotte,
herinner je rozen van ’t groote gazon.
’t Was laat in den tijd, de zomer werd loomer,
die roos draaide door als een went’lende zon.

Dr. C.W.Th. baron van Boetzelaer, ‘den ouden baron’, had een deel van het park van Sandwijck aan de bevolking van De Bilt geschonken. Nadat hij in 1956 overleden was, bleef zijn dochter op het landhuis wonen. Dit gedicht verwijst naar die tijd. Het landgoed werd in 1963 verkocht aan de Rijksuniversiteit Utrecht, die hier de Uithof bouwde. ‘Wij moeten de jeugd en de wetenschap eeren.’
In de dichtregels zien we de bezorgdheid over het voortbestaan van Sandwijck tegenover de oprukkende stad en de weemoed over het einde van een tijd waarin adellijke families grote, romantische parken konden onderhouden.
‘De kleine kapel’is de schijnkapel of folly op het landgoed; zie: https://onlinemuseumdebilt.nl/de-schijnkapel-op-sandwijck/

Hieronder: Johanna van Boetzelaer geschilderd door Pyke Koch. (Foto DAB)

DAB

Literatuur:
J. Engelman, Het Bittermeer en andere gedichten 1969.
M. Timmer-van Eunen: Men voelt het of men voelt het niet, de kunstkritiek van Jan Engelman, dissertatie Groningen 2007.