Dit bord stond in de Tweede Wereldoorlog bij de grens van de gemeente De Bilt aan de Utrechtseweg. (Foto RHC Vecht en Venen) Dergelijke bordjes zijn ook op ander plaatsen in de gemeente neergezet.

 

Meer informatie

Al snel na de Duitse bezetting verschenen antisemitische bordjes in Amsterdam. Het Nationale Dagblad, een krant van de Nationaalsocialistische Beweging, rapporteerde op 12 juli 1940 dat het eerste bord geplaatst zou zijn voor het raam van restaurant Cito in de Kalverstraat. Dat inspireerde leden van de W.A., de Weerbaarheidsafdeling van de NSB, om eigenaars van restaurants, cafés en hotels te vragen om ook met bordjes de Joden te weren. Onder zachte drang van de W. A. verschenen de mededelingen vooral in de grote steden.

In juni 1941 instrueerde de provinciecommissaris Müller aan de gemeentes in de provincie Utrecht om in restaurants en cafés bordjes aan te brengen die meedeelden dat Joden niet welkom waren. Einde 1941 werden ze ook op openbare plaatsen neergezet. Het opschrift kon wat variëren: gewenscht werd afgewisseld met gewenst en in park Oog in Al in Utrecht stond bijvoorbeeld Voor Joden verboden. Als plek koos men vaak de bestaande gemeentebordjes van de ANWB en de KNAC.

Pauline Broekema schrijft in Het Boschhuis, Kroniek van een familie, dat er ook zo’n bord werd gespijkerd aan de Groenekanseweg. Er zijn onduidelijke foto’s met onbekend copyright van minstens één andere locatie.

Elders op deze site staat een foto van het bordje aan de Raiffeisenlaan in Tuindorp, dat tot 1954 deel uitmaakte van Maartensdijk. Klik daarvoor HIER.

DAB

 

Literatuur:

  1. Van Dam, Jodenvervolging in de stad Utrecht, Stichtse Historische Reeks 10, z. pl. 1985.

Pauline Broekema, Het Boschhuis, Kroniek van een familie, Amsterdam 2015.