De Geheimschrijver is het ambitieuze werk waarin in 1759 heel veel aspecten van ieder dorp in de provincie Utrecht worden beschreven. Van Maartensdijk krijgen we dan ook een uitgebreid verslag. Afbeelding: het dorp Maartensdijk met een wagenmakerij en op de achtergrond de Nederlands Hervormde kerk in 1745 (Het Utrechts Archief). De kunstenaar is H. Spilman.

Meer informatie

De auteur telde 912 inwoners, maar dat getal is vertroebeld doordat hij behalve Oostveen, Voordorp en de Achterwetering ook Blauwkapel meetelt, een dorpje dat hij met zijn omgeving al op 430 inwoners had begroot. Dan blijven er voor Maartensdijk zelf maar 480 over. Ze leefden vooral van landbouw, veeteelt en fruitteelt; als de ene bedrijfstak een jaar niet zo veel opleverde, dan kon je toch van de andere wel bestaan.

Zoals de geheimschrijver op de titelpagina al aankondigde, werd vooral de kerk beschreven: toren, afmetingen, indeling en inrichting, ramen en de grafkamer van de schout Johan Swaving.  In de lijst van predikanten staat Theodorus Johannes Goys voorop, die in de jaren negentig van de zestiende eeuw de eerste protestantse herder was. Henricus Welsingius echter was in 1619 ‘uit den dienst gezet’.

Verder waren er voldoende faciliteiten: een school, een chirurgijn, een korenmolen, een jaarmarkt of kermis in augustus. Wat herbergen betreft: ’op deese valt niet veel te roemen, ten zy men het Rechthuys aan den Tol-Akker een goede naam wil geven.’

Het was ‘een vermakelijk oord’, lezen we, waarin mensen wonen ‘die hun kostwinning langs de eerlykste wegen gewoon zyn te zoeken’. Je kon er rustig en plezierig leven en het verbaasde de schrijver dan ook dat je in de zomer niet meer stedelingen tegenkwam, die het gewoel van de grote stad wilden ontvluchten.

DAB

 

Literatuur:

Geheym-schryver van staat- en kerke der Vereenigde Nederlanden beginnende met die van de provincie Utrecht, deel 1 eerste stuk, Utrecht en Amsterdam 1759.