In de Geheym-schryver van staat- en kerke der Vereenigde Nederlanden uit 1759 werd Westbroek uitgebreid beschreven. Het was een welvarend dorp, meende de anonieme auteur, met alle nodige faciliteiten. Afbeelding: Landschap met op de achtergrond het dorp Westbroek door N. Witcart ca 1780-1810 (Het Utrechts Archief).

 

Meer informatie

De Geheimschrijver vond dat de inwoners van Westbroek een goed bestaan hadden ‘door de vette weydelanden, tot overvloet van melk, boter, en kaas, dewelke aldaar zeer goed is’. Het dorp had ook een korenmolen. Er stonden in het dorp 86 huizen, waarin meestal twee huisgezinnen woonden. Dat betekende volgens de schrijver een inwoneraantal van 645 personen. Het  gerecht behoorde toe aan de familie Tuyl van Serooskerke.

Zoals altijd in dit boek ging de meeste aandacht uit naar de kerk, waarvan de afmetingen en de toren  nauwkeurig werden beschreven. Wie de kerk nu bezoekt, kan in de beschrijving veel herkennen wat er toen ook al was: pilaren die het dak ondersteunen, twee wapenborden,  koperen kaarsenkronen, het grafmonument van Boudewijn van Sterkenburg, het gedenkbord van graaf Willem van Rennenberg van wie de ingewanden hier bewaard worden. De binnenkant van de kerk is dus opvallend goed bewaard.

De lijst van geestelijk herders begint niet met de bouw van de kerk in de vijftiende eeuw maar met Laurentius Modeus, die kort na 1590 de eerste duidelijk protestantse prediker was. Van nummer drie, Thomas Huges of Huyges, staat dat hij in 1639 is ‘afgezet’. We weten dat dat kwam doordat hij wilde nachten doorbracht met zijn voormalige huishoudster.

Er was een school bij de kerk en er woonde een ‘voorzichtige’ chirurgijn in het dorp. Er waren twee herbergen, waarvan het Rechthuys de grootste was. De jaarmarkt of kermis viel in augustus.

Terloops werd de heerlijkheid Achttienhoven genoemd, waar ook nog eens 46 huizen of boerderijen stonden en waar 230 inwoners werden vermeld.

DAB

 

Literatuur:

Geheym-schryver van staat- en kerke der Vereenigde Nederlanden beginnende met die van de provincie Utrecht, deel 1 eerste stuk, Utrecht en Amsterdam 1759.