Afgebeeld is een foto die de laatste bewoner en zijn vrouw weergeeft omstreeks 1900:  Willem Nicolaas Jacob van Hengst, kantonrechter te Doesburg (1833-1912). (Utrechts Archief, toegang 790, nr. 255.)

Meer informatie

In het Utrechts Archief bevindt zich de Collectie Van Hengst (toegang  790). Daarin is informatie te vinden over het begin en de verdere ontwikkeling van het Maartensdijkse landgoed Persijn, denkelijk geschreven door een lid van de familie Van Hengst, mogelijk de hierboven genoemde Willem Nicolaas Jacob van Hengst (1833-1912), die geen kinderen had.

In het archief Van Hengst bevindt zich een aantal waardevolle stukken die veel zeggen over de bewoners van het huis, zoals een prachtig tekeningenboek van een van de bewoners, mr. Cypriaan Gerard van Hengst (zie hieronder) (Utrechts Archief, inv. 790, nr. 751.) Voor meer foto’s uit dit archief van het landgoed, van omstreeks 1900 klikke men aan:  Foto’s Persijn omstreeks 1900 790 255. Voor tekeningen van het huis met het oog op de verbouwing van 1879 klikke men aan: Tekeningen Persijn 790 253. Voor het leven van een van de belangrijkste bewoners van het huis, de patriot Hendrik Jacob van Hengst klikke men aan: Over Hendrik Jacob van Hengst. Onderaan dit artikel  ziet men een tekening van het landhuis, kennelijk van na 1879 (Utrechts Archief toegang 790 nr. 254.).

Een essentiële bron om de geschiedenis van het landgoed te reconstrueren is: ‘Aantekeningen betreffende transporten van de buitenplaats Persijn te Maartensdijk’ (Utrechts Archief, inv. 790, nrs. 196 en 265.) Hierna kan men de tekst daarvan lezen:

Transporten of akten van overdracht van de buitenplaats Persijn, vroeger een boerenhofstede.

1603    Een transport van een buitenplaats in de Achterwetering, groot 26 morgen, 125 roeden.

1645    Als voren

1659    Aangekocht door juffrouw Geertruida van Overmeer.

1668    Verkocht door Hendrick van Weezel en Geertruida van Overmeer, echtelieden, aan Sophia van Overmeer, weduwe van de heer Adriaan van Persijn.

1687    Afstand door Sophia van Overmeer, weduwe van den heer  Adriaan van Persijn  en de heer A.S. van Persijn, benevens zijne huisvrouw Johanna Schaade, ten behoeve van hunne dochter en kleindochter mejuffrouw Adriana Sophia van Persijn, echtgenoot van den heer Anthonij Gerlacius.

1721    Transport van Tjaard Adriaan Gerlacius, Govert Gerlacius, en Pieter Rembt van Iddekinge, gehuwd met jonkvrouwe Barta Johanna Gerlacius en Adriana Sophia van Persijn aan Gerrit Jacobus van Schaijk.

1721    Transport in dato 11 juli van  Gerrit Jacobus van Schaijk aan Hendrick Gerrit van Hengst, raad in de edelachtbare vroedschap der stad Utrecht.

1765    Overdracht in dato 29 juni door Sebastiaan Hendrik, mejonkvrouwen Belia en Geertruida van Hengst aan mr. Cornelis van Hengst, raad en schepen der stad Utrecht kinderen van Gerrit van Hengst

1767    Bij akte van scheiding van den 18 september des boedels van vrouwe Sara Sibilla Verdion overleden den 11 juli 1767, echtgenoote van mr. Cornelis van Hengst, toegescheiden aan mr. Hendrik Jacob van Hengst, advocaat van den hove van Utrecht 26 morgen 150 roeden.

1776    Aangekocht 3 morgen.

1782    Aangekocht 6 morgen 365 roeden doch verruilt 3 morgen 200 roeden [totaal 3 morgen 165 roeden

1785    Aangekocht (de uitweg) 60 roeden. [In totaal 32 morgen 365 roeden

1797    Aangekocht (het nieuwe werk) 6 morgen 390 roeden, te zamen groot 39 morgen 165 roeden.

1781/

1786    Is de plaatse tot eene buitenplaats aangelegd geworden, met hakhout en opgaande boomen beplant, en voorts eene stal met kelder gebouwd. (NB: het nieuwe werk eerst later aangelegd, zie hierboven [lees: hieronder]).

1789/

1790    Het Heerenhuis gebouwd

1810    De tegen het huis aangebouwde stal afgebrand en eene nieuwe, afzonderlijk staande stal, achter het huis gebouwd.

1817    Aange[ë]rfd en toegescheiden aan mr. Cijpriaan Gerard van Hengst, lid van de Provinciale Staten van Utrecht.

1824    De heerenhuizinge verbouwd en vergroot.

1826    In vruchtgebruik toegescheiden aan vrouwe Charlotta Strick van Linschoten, weduwe van den heer mr. C.G. van Hengst.

1838    De heerenhuizinge vertimmerd en eene nieuwe keuken gebouwd.

1849    Het nieuwe tuinmanshuis gebouwd op het erf der aan de zijde der Achterwetering en naastgelegen hofstede, waarna het boerenhuis werd afgebroken. Alstoen bij de buitenplaats aangetrokken eene strook grondt groot -, 54, 20 voet = 375 meters benevens de ‘overtuin’ ten zuiden van de Achterwetering[se] dijk, groot  -, 23, 60 voet = 165 meters, sloot -, 77, 60 voet = 540 meters.

1851    Aange[ë]rfd en toegescheiden aan mr. Jan Hendrik Carel van Hengst, lid van den raad der stad Utrecht den 4e juni 1851.

1878    Aange[ë]rfd en toegescheiden aaan mr. Willem Nicolaas Jacob van Hengst, kantonrechter te Doesburg, den 9 october 1878.

1878 en

1879    Afbraak van het oude huis en de stal. Nieuw heerenhuis met stalling en koetsierswoning en oranjerie gebouwd.’

AD