Afgebeeld is het voorblad van verslag van een vadermoord en het vonnis dat daarover geveld werd door het provinciale Utrechtse gerechtshof. Men leest erin over de gruwelijke daad en de verschrikkelijke dood van Westbroeker Lubbert Hendrickse. (Koninklijke Bibliotheek Den Haag.)

 

Meer informatie

Lubbert Hendrickse pleegde zijn wandaad  na de aankoop, samen met zijn vader, Hendrick Reyersz. Craeycamp, van twee koeien in Blauwkapel in november 1711.  Hij kreeg ruzie met zijn vader over een deel van de erfenis van zijn overleden moeder, waar hij volgens hemzelf nog recht op had. Op de ‘Karnemelksdijk’ (de huidige Kooidijk) wurgde Lubbert zijn vader, om daarna thuisgekomen te doen of er niets aan de hand was. Vervolgens probeerde hij, toen het lijk gevonden werd, tevergeefs zijn vaders dood af te doen als een gevolg van een hartfalen, maar de buren wezen op de striemen rond de hals van Craeycamp sr.

Bij de schout en de procureur van het hof hield Lubbert zijn onschuld vol, maar de bewijzen waren overduidelijk en een bekentenis, afgelegd zonder foltering,  volgde dan ook. Lubberts daad werd dermate gruwelijk geacht dat hij werd veroordeeld tot een verschrikkelijke dood. Nadat de  handen waarmee hij de vadermoord had gepleegd waren afgehakt, werd het vonnis voltrokken door radbraken. Het lichaam werd  op het Zeisterzand op het rad gelegd en en samen met de verwijderde lichaamsdelen  tentoongesteld om anderen die soortgelijke plannen hadden als Hendrick, af te schrikken.  De sententie (het vonnis) en de motivering ervan, kan men  raadplegen door op de link ‘Sententie’ hierna te klikken: Sententie.

AD