In 1759 bezocht de Zweedse geleerde Bengt Ferrner met een pupil Nederland. De Bilt deed hij maar heel kort aan; alleen de vingerhoedmolen trok zijn belangstelling. Afbeeldingen: een portret van Ferrner door Jean Hugues Taraval; de vingerhoedfabriek ca 1760 door D. Verrijk met op de achtergrond de Domtoren. (Het Utrechts Archief)

 

Meer informatie

Bengt Ferrner (1724 – 1802) was een Zweedse hoogleraar astronomie aan de universiteit van Uppsala. In 1758 nodigde de industrieel en bankier Lefebure hem uit om met diens zoon door Europa te reizen op een soort Zweedse versie van de Grand Tour. Gedurende vijf jaar reisden zij door Denemarken, Noordwest-Duitsland, Nederland, Engeland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Bohemen, Saksen, Brandenburg en Pommeren. Van zijn ervaringen hield Ferrner een uitvoerig dagboek bij. Daarna werd hij gouverneur van de kroonprins, die later als Gustaaf III de Zweedse troon zou bestijgen.

Vijf maanden was het gezelschap in Nederland. Het grootste deel van de tijd brachten de heren door in Amsterdam, vanwaar men uitstapjes naar andere delen van de Republiek maakte. Nadat Ferrner met zijn metgezel in Utrecht de zijdefabriek Zijdebalen van de heer Van Mollem had bezocht, wilde hij richting Zeist. Onderweg bracht hij alleen een bezoek aan de vingerhoedenfabriek in De Bilt, die Jan Claesz. Schot in 1645 bij Sluishoef had gesticht.

Nadat wij dit gezien hadden, trokken wij naar buiten, naar een vingerhoedenfabriek, een uur buiten de stad, die in 1644 was opgericht. De eigenaar was zeer bereid om ons alles te laten zien, wat lang niet altijd gebeurt, en hij zei dat elke knecht door elkaar gerekend 3000 vingerhoeden op een dag kon vervaardigen. Deze fabriek werd gewoonlijk gedreven door een waterrad, maar bij gebrek aan water door paardenkracht, zoals nu ook het geval was.

Ik zag geen bijzonder verschil tussen deze fabriek en de fabriek die in Norrköping is opgericht. Het gieten lukte hier beter dan te Norrköping, waarvan naar alle waarschijnlijkheid het zand de oorzaak was, dat heel fijn aanvoelde. Hier werden ook naairingen gemaakt, zowel van staal als van koper; zij werden met borax gesoldeerd, omdat zij niet gegoten konden worden.

Vervolgens reisde het gezelschap verder naar de Hernhutters in Zeist. Dat Ferrner alleen op deze plek in De Bilt stopte, houdt verband met zijn specifieke belangstelling. De vader van zijn metgezel, de heer Lefebure, had in Norrköping een koperfabriek met een gieterij.

DAB

Literatuur:

G.W. Kernkamp (ed.), Bengt Ferrner’s dagboek van zijne reis door Nederland in 1759, in: Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap. Deel 31 (1910)

https://sv.wikipedia.org/wiki/Bengt_Ferner