Een negentiende-eeuwse verzameling rariteiten uit de Bilt trok internationale aandacht en vond zijn eindbestemming in het Utrechtse Universiteitsmuseum. Verzamelwoede en liefde voor de Indische natuur van Gouverneur Generaal Van der Capelle liggen eraan ten grondslag.  (Foto Wim Krommenhoek.)

 

Meer informatie

In 1827 werd het landgoed Vollenhoven gekocht door Godert Alexander Philip baron Van der Capelle van Berkenwoude (1778 – 1848), oud Gouverneur Generaal van Nederlands Indië. Van der Capelle was in 1816 met zijn vrouw naar het toenmalige Nederlands Indië vertrokken om namens koning Willem I de kolonie te besturen. Hij was een ‘verlicht’ bestuurder met oog voor de belangen en het welzijn van de lokale bevolking.

Toen daardoor onder zijn bewind de kolonie verliezen begon te leiden, riep de koning hem terug en vestigde hij zich op Vollenhoven. Daar richtte hij een klein museum in met allerlei uit Indië meegebrachte voorwerpen, zoals opgezette dieren, schelpen, vlinders, maar ook kledingstukken en wapens. Daarnaast liet hij het park aanzienlijk vergroten en plantte hij vele uitheemse gewassen in een ronde kas. Hiermee gaf hij uiting aan zijn voorliefde voor alles wat Oosters was. Daarnaast bezat hij een veel geprezen stoeterij. Adel uit heel Europa kwam naar Vollenhoven om deze verzameling rariteiten en curiosa te bewonderen. In het gastenboek 1843-1845, bewaard in het Utrechtse archief, lezen we dat gemiddeld acht bezoekers per week hun handtekening hebben gezet. Daaronder bezoekers uit Engeland, Frankrijk, België, en zelfs een lid van het hof van de tsaar uit Rusland.

Op het balkon van zijn hotel in Parijs kreeg Van der Capelle in februari 1848 tijdens de wat later de Februarirevolutie zou worden genoemd een steen tegen zijn hoofd. Deze blessure zou later dat jaar tot zijn dood leiden. Na zijn overlijden werd het grootste deel van zijn collectie gekocht door Theodoor Gerard van Lidt de Jeude, beheerder van de  Veeartsenijschool en hoogleraar in de Zoölogie, maar bovenal obsessief verzamelaar en beheerder van zijn collectie.

Het museum van Lidt liep niet naar verwachting en hij zag zich genoodzaakt het in delen te verkopen. Een van de vele belangstellenden was de Utrechtse Universiteit waar een deel van de rariteiten terecht zou komen. Andere delen vonden hun weg naar instituten in Nederland en daarbuiten. Wie heden ten dage een deel van deze wonderlijke collectie wil zien moet het Universiteitsmuseum aan de Lange Nieuwstraat in Utrecht bezoeken. Maar weinig bezoekers zullen beseffen dat ze oog in oog staan met stuk Bilts erfgoed.

WK

 

Litt: Landgoed Vollenhove. Biltse Grift, maart 1998;

Geschiedenis Vollenhove. Internet;

Zool. Mededelingen, deel 44, nr.13, 1970.