Paul Strick van Linschoten schreef een boek over zijn reis door Nederland in 1817. Hij deed dat in het Duits en onder het pseudoniem Eleutherophilos. Bij De Bilt noemde hij het landschap, de koekjes en de landhuizen. Afbeeldingen: de voorpagina van het boek en een portret van Strick uit de negentiende eeuw.

 

Meer informatie

Paulus Hubert Adriaan Jan Strick van Linschoten (1769 – 1819) had verlichte en progressieve denkbeelden. Hij was al op jonge leeftijd lid van de Staten Generaal en Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek. Daarna werd hij door de Republiek als gezant naar het hof van Württemberg gestuurd.

Na zijn terugkeer leefde hij jarenlang als ambteloos burger op zijn landgoed Linschoten, waar hij gedichten schreef en klassieke poëzie  vertaalde. Voor koning Lodewijk Napoleon en diens grote broer had hij geen positieve gevoelens.

Nadat hij in 1807 door de koning van Pruisen tot kamerheer was aangesteld, woonde hij in Berlijn en Mannheim. Hij overleed in 1819 in Bologna, 49 jaar oud.

Voor zijn dood had hij in 1817 Nederland bezocht en daarover schreef hij een merkwaardig reisverslag in de vorm van brieven. Hij gebruikte het pseudoniem Eleutherophilos, wat men zou kunnen vertalen als ‘vriend van de vrijheid’. Zijn reis voerde hem onder meer van Deventer via Apeldoorn en Amersfoort naar De Bilt. Vervolgens kwam hij door Utrecht, Loenen, Muiden en Amsterdam.

Over De Bilt schreef hij:

Het echte Hollandsche [landschap] begint eigenlijk pas goed bij De Bildt. Tot dat moment zijn in de zandwoestijnen en heidesteppen nog een paar gigantische, op molshopen lijkende verhogingen te zien, maar van nu af aan is alles alleen maar vlakte tot men aan de duinen van de Noordzee komt. Dit dorp ligt maar drie kwartier van Utrecht.

Dat lijkt sterk op de opmerking die Lodewijk Napoleon eerder gemaakt had. Vervolgens verloor Schrik zich in speculaties over de oorsprong van de naam De Bilt, waarbij hij Het Bildt in Friesland ook behandelde. Daarna vertelde hij  dat men de Hollandse snoeplust  al aantrof in De Bilt in de vorm van de ‘Bildtische koekjes’. Hij noemde het een soort miserabele Lebküchlein, wat we kunnen interpreteren als een soort taaitaai. Ter afsluiting vertelt hij over de buitenplaatsen die hij op weg naar Utrecht tegenkomt, waarna hij de Maliebaan beschreef.

DAB

 

Literatuur:

Eleutherophilos, Vertraute Briefe während eines Durchflugs durch einen Theil der nördlichen Provinzen des Königsreichs der Niederlande im Sommer des Jahres 1817 in topographischer, historischer, politischer, literärischer und religiöser Hinsicht an einen Freund geschrieben 3 dln., Mannheim 1818 dl.1p.62-65.

P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters Deel 5.

A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden 1874 Deel 17.

 

 

 

 

 

de