Het landhuis Sluishoef ligt op het oude grondgebied van het klooster Oostbroek in De Bilt,  onmiddellijk ten westen van het landgoed Sandwijck. Jonkheer D.J. Martens maakte er een buitenplaats van en liet in 1858 een classicistische villa in de vorm van een Latijns kruis bouwen. De villa staat er nu nog in deze vorm. (Foto DAB).

 

Meer informatie

De ligging direct aan de weg van Utrecht naar Zeist en aan de Biltse Grift maakte de locatie geschikt voor economische activiteiten. Vanaf 1644 had Jan Schot er een fabriek voor het maken van vingerhoeden. Hij maakte gebruik van het verval van het water bij de sluis en bouwde er een waterrad. Toch voldeed dit niet als aandrijfkracht en hij verving de watermolen door een rosmolen. Mogelijk was de waterstand te ongewis of het verval te gering.

In 1826 kocht H. de Heus, Rijksmuntmeester te Utrecht en fabrikant van koperen knopen grond en de opstallen op. Hij vestigde er een fabriek om koperen munten te reinigen. Hij wilde het groots aanpakken en wilde zelfs een stoomfornuys, een stoommachine, installeren. Dit ging de omwonenden te ver. Er was al veel lawaai van het bedrijf en nog een stoommachine erbij vond men onaanvaardbaar. Vooral Both Hendriksen, de bewoner en eigenaar van het ernaast gelegen Sandwijck weerde zich. De gemeente De Bilt wees het verzoek dan ook af. Voor De Heus was het plezier eraf en hij verkocht het geheel in 1832 aan jonkheer D.J. Martens.

Merkwaardig is dat Martens in 1859 Sluishoef verkocht aan zijn buurman Christiaan Willem Johan baron van Boetzelaer, die de eigenaar van Sandwijck was geworden doordat zijn vrouw Elisabeth Charlotta Petronella Both Hendriksen het landgoed van haar vader had geërfd.

Evenals Sandwijck bleef ook Sluishoef tot 1963 in bezit van de familie van Boetzelaer. In 1963 verkocht de familie het gezamenlijke landgoed aan de gemeente Utrecht, die het doorverkocht aan de Rijksuniversiteit. Sluishoef bleef echter bewoond en werd niet gekraakt. Wel kwamen Sluishoef en Sandwijck in 1984 in het bezit van de stichting Het Utrechts Landschap.

Een van de laatste bewoners van de oude Sluishoef was de meubelmaker Gerard A. van de Groenekan (1909-1994). Hij was ooit als leerling -meubelmaker van Gerrit in Utrecht begonnen. Toen Rietveld vooral doorging als architect, nam Van de Groenekan in 1924 de meubelmakerij van Rietveld over en hij bleef tot op hoge leeftijd, ook nog in De Bilt, meubels naar het ontwerp van Rietveld vervaardigen.

Het huis is nu weer particulier bezit. De huidige eigenaars en bewoners lieten het in 1999 intensief restaureren.

PvH

 

Zie ook:

Een vingerhoedenfabriek op Sluishoef

Polly Cunninghame op Sluishoef

Gerard van de Groenekan op Sluishoef

 

Literatuur:

J.W.H.Meijer, Kleine historie van De Bilt en Bilthoven. Bunnik 1995.

www.kasteleninutrecht.eu/Sluishoef.htm

https://www.buitenplaatseninnederland.nl/debilt-sluishoef.html

Lies Haan-Berends, ‘De Bilt, beginpunt van de Stichtse Lustwarande’, De Biltse Grift, juni 2009, p. 44-58.

Frans Nas, ‘Bedrijven in De Bilt II’, De Biltse Grift, september 1997, p. 16-20.