In het boekje Het lustoord tusschen Amstel en Grebbe (1837) wandelde Jan Bastijaan Christemeijer opnieuw door de provincie Utrecht. Het was een vervolg op de wandeling die hij een jaar eerder had gepubliceerd in het boekje Landelijk schoon in het Sticht van Utrecht.

 

Meer informatie

De auteur vertrok opnieuw uit Utrecht, maar in plaats van de Utrechtseweg koos hij nu de Oostbroekselaan, die parallel aan de straatweg langs de hofstede Bloeyendaal voerde. Deze heeft, ter hoogte van de buitenplaats Oostbroek, uitnemend schoone gedeelten, en geeft een riant gezigt op de achterplaatsen van de buitengoederen Het Klooster (van den heer W.T.de Vrij) en Sandwijk (van den Heer W.J. Both Hendriksen): welk laatste met zijne donkere boschdreven, te midden van dewelken een sierlijk witte koepel bevallig uitkomt, over eene bloeijende grasbeemd in de verte van daar gezien, teekenachtige punten ter beschouwing biedt.

De weg voerde verder naar het voormalige klooster Oostbroek: Van bekoorlijke boschpartijen omgeven, is het landhuis van Oostbroek (van den Heer M. Ooster), dat in een deftigen stijl gebouwd is, van den kant van Bunnik gezien, te midden van een, met verspreide populier- en andere boomgroepen beplant, grasperk ongemeen fraai gelegen.

De auteur noemde een paar richtingen waarheen men ook kon lopen, zoals de Blauwkapelsche Steeg, waaraan de landgoederen Vrijheidslust en Arenberg lagen, die nu verdwenen zijn. Het was een weg die uitzichten bood in de richting van Bosch-en-hoven en Voordaan. In de vochtige tijden van het jaar kon je daar beter niet lopen omdat de weg onbestraat was. De Prinsenweg (Soestdijkseweg) naar Soestdijk, de Vuursche, Baarn en Eemnes had hij in het vorige boekje al bewandeld en deze liet hij nu links liggen. Hij koos ervoor om verder de schone, brede straatweg te volgen.

Hij passeerde Houdringe: Reeds de ligging van het landgoed Houderinge (van den Heer P.H. van Westrenen van Themaat) welks heerenhuis gij, op eenigen afstand, eerst over het frischgroen eener bloeijende grasbeemd en vervolgens ook door de breede boschlaan die tot hetzelve geleidt, ziet te voorschijn komen, zal zich dan het bevalligst aan u vertoonen. Maar vooral zal de weg, die, den eersten tolboom door, tusschen de landgoederen Beerschoten en Vollenhoven heengaat, op dezen tijd, van den dag het schoonst door u gezien worden.

En dan Beerschoten zelf: Vele schoonheid wordt, aan het verrukkelijke oord waar door nu ons pad geleidt, bijgezet door het ruime sierlijke park der voorplaats van Beerschoten (van Jonkheer J. Steengracht van Oostcapelle); tegenover hetwelk, ter andere zijde van den weg, het door rijzig geboomte vriendelijk beschaduwd landgoed Tameroord (van Jonkheer N. Steengracht D’ Oosterland) gelegen is.

Schilderachtig is, van sommige punten gezien, de ligging van het witte heerenhuis van Beerschoten; dat, in een kort verschiet op eenigen afstand van ons, zich in landelijke eenzaamheid schijnt terug te trekken onder het beschermend looverdak der donkere boschpartijen, die in een halven cirkel het park omgeven.

De wandelaar verliet de gemeente via Vollenhoven. Dit landgoed van Zijne Excellentie, den Baron G.A.G.P. van der Capellen van Berkenwoude, Oud Gouverneur-Generaal van Neêrlands Indië, bevat, behalve eene aanzienlijke stoeterij der edelste paardenrassen, in zijnen omtrek eene verscheidenheid van natuurschoon; waartoe bijzonder behoort een aantal der uitgelezenste plant- en bloemgewassen, die, van uit de keerkringsgewesten en van elders op onzen vaderlandschen grond overgebracht, hier met groote zorg worden aangekweekt.

Het boekje is bijzonder waardevol omdat het naast de geciteerde passages nog veel meer details geeft over De Bilt in de eerste helft van de negentiende eeuw.

DAB

 

Literatuur:

J.B. Christemeijer, Het lustoord tusschen Amstel en Grebbe en elders in het Sticht van Utrecht, 1837, uitgeverij J.G. van Terveen en zoon.

L.Schneider, Wandelingen langs de Soestdijkse- en Utrechtseweg in de vorige eeuw [door] J.B. Christemeijer, in: De Biltse Grift maart 1996.

Zie verder:

Een lofzang op Maartensdijk

J.B. Christemeijer wandelde tussen landelijk schoon